De jacht op ivoor

Ivoor is het harde, witgekleurde materiaal dat afkomstig is van de slagdieren van landdieren zoals de olifant en zeedieren zoals de walrus. De slagtanden kunnen tot wel drie meter lang worden en tot wel honderd kilogram gaan wegen. Vroeger werd ivoor gebruikt om beeldjes van de vervaardigen of om erop te tekenen. In de veertiende eeuw werd ivoor voornamelijk gebruikt in de beeldhouwkunst. In de twintigste eeuw werd ivoor voornamelijk gebruikt in de kunstnijverheid, de biljartballenindustrie en de pianobouw. Van die laatste werden de toetsen belegd met ivoor.

Om aan dit ivoor te komen wordt gejaagd op de dieren met slagtanden. In Afrika vond er altijd een sterke jacht op ivoor plaats. De olifantenjacht zorgde voor een enorme daling van het aantal olifanten. Daarom werd in 1989 de handel in ivoor verboden. Nu het aantal olifanten in Afrika weer enigszins is toegenomen, is het weer toegestaan om te handelen in ivoor.

In 1990 werd de jacht op ivoor verboden voor alle landen die het Verdrag van Washington hadden ondertekend, maar omdat niet alle landen dit verdrag hadden ondertekend ging de jacht op ivoor nog steeds door. Het komt tegenwoordig echter nog steeds voor dat er ivoor in beslag wordt genomen op luchthavens.