De handel in ivoor

In 1989 werd de handel in ivoor verboden door de Conventie inzake de Internationale Handel in Bedreigde Dieren en Planten (CITES). In 1997 stemde het CITES echter in met een gedeeltelijke opheffing van dit verbod op de handel in ivoor. In landen als Botswana, Zimbabwe en Namibië kregen de olifanten een minder beschermde status. Door middel van een eenmalige verkoop van bestaande voorraden olifantenivoor werd Japan weer voorzien van ivoor.

Het International Fund for Animal Warfare (IFAW) is een tegenstander van het versoepelen van het verbod op de handel in ivoor. Dit omdat een dergelijke versoepeling weer zou kunnen zorgen voor een toename van de illegale handel in ivoor. Het IFAW werkt samen met regeringen die het CITES verdrag hebben ondertekend, om te zorgen dat de handel in ivoor wereldwijd gestopt wordt.

Een woordvoerder van controleorgaan AID heeft gezegd dat de ivoorhandel in Nederland in principe is toegestaan onder de voorwaarde dat de verkoper de legaliteit van het ivoor kan aantonen. Het ivoor dat verhandeld wordt moet gemaakt zijn voor 1947. Als het ivoor van na dat jaartal betreft, dan mag het niet verhandeld worden.